Museumwerf Vreeswijk: de plaats voor historische binnenvaart

Een uniek, rolstoelvriendelijk, binnenvaartmuseum in Vreeswijk!

Wij brengen u hier de geschiedenis van de historische binnenvaart in beeld.
Alle aspecten van onze activiteiten kunt u terugvinden onder de navigatieknoppen op deze website.

Wij wensen u veel plezier!

Boegbeeld voor de Museumwerf

Sinds 9 juni 2021 siert een scheepsboeg de ingang van de Museumwerf. Hij is afkomstig van de heve-aak Christina(1911). De Christina maakte onder schipper Adriaan Pieter van Dijk en zijn vrouw Stien Eikelboom tussen 1922 en 1954 deel uit van de omvangrijke Vreeswijkse zandwinningsvloot, de grootste van Nederland. Het schip is Vreeswijks erfgoed want zij is een laatste echte getuige van de Vreeswijkse zandwinning, een branche die een grote rol heeft gespeeld in het oude schippersdorp. Na een periode als woonschip in Utrecht kwam de heve-aak in 2014 in handen van de Museumwerf en keerde ze terug naar haar oude thuishaven.

Museumwerf Vreeswijk wilde het schip behouden maar restauratie bleek onhaalbaar. Plan-B werd bedacht: in drieën delen met voor elk afzonderlijk stuk een prominente plek en functie:

  • de scheepskop als boegbeeld naast de ingang van de Museumwerf
  • het losse ruim als overdekte doorloop tussen twee gebouwen
  • de scheepskont als verhalenschip over de Vreeswijkse zandwinning en de familie Van Dijk.

De boeg is intussen opgeknapt zodat het tijd was geworden om hem op zijn definitieve plek te zetten.

Woensdag 9 juni werd de verplaatsing uitgevoerd onder de deskundige leiding van de firma Brouwer, Zwaar en Speciaal Transport BV. De boeg, staand nu bij de ingang, is echt het boegbeeld geworden van de Museumwerf.

Het losse ruim werd ook verplaatst, zij het naar een werkplek midden op het terrein. Nadat dit scheepsdeel is opgeknapt en ingericht als corridor, vindt opnieuw een omvangrijk transport plaats. Maar daarover te zijner tijd meer.

Het ruim verlaat het achterschip dat moet wachten op de dingen die komen gaan…

Christina’s losse ruim waarin schipper Van Dijk miljoenen tonnen Lek-bodem schepte, wordt op de tijdelijke werkplek omgetoverd tot corridor

Deel 9 uit de serie boltjalk Aeltje

We zijn nu een maand verder. Onder het toeziend oog van collega Hans Valkenburg zet ijzerwerker Ton van der Heijden aan stuurboord een laatste nieuwe kimplaat op de juiste plek.

Bij Aeltjes kop is Seffa bezig met een speciaal laskarweitje. In de tussentijd is namelijk een deel van Aeltjes voorsteven met loefbijter (de kleine ‘bulb’ onderaan de steven) verwijderd. Dat was nodig omdat daar een koker moest worden aangebracht t.b.v. een boegschroefinstallatie. De behuizing is al aangebracht en moet hier en daar nog worden afgelast. De contouren van de nieuwe loefbijter staan in krijt afgetekend. Zichtbaar is ook dat Aeltje nog zo lek is als een mandje.

Aan de binnenzijde ziet het er zo uit. Links: aan bakboord de gangen die tot in de kop nog vervangen of aangebracht moeten worden. Rechts: het voorschip waar onder de oude sporen de nieuwe scheepshuid zit. In het midden is een opening t.b.v. de boegschroefinstallatie. Aan de bovenkant van de foto zijn de rijen klinknagels te zien waarmee de oude scheepshuid aan de originele doossteven is vastgeklonken.

Het weer is goed. De timmerman van het landgoed Mariënwaerdt (rechts bij de trap) is naar de Museumwerf gekomen om verder te gaan met het schilderwerk.

De timmerman neemt even pauze en buurt wat met ijzerwerker Stijn Settels.

Stijn werkt met Ton aan de nieuwe hak waarin een schroefraam moet komen. Er wordt e.e.a. opgemeten. Later op de dag is de nieuwe hak een feit.

Met de nieuwe hak en een deels groen geverfd boeisel en zwart gecoate onderschip is Aeltje niet meer de incomplete roestbak die ze kort daarvoor was.

Deel 8 uit de serie boltjalk Aeltje

Scheepskonten hebben nu eenmaal de gewoonte om ‘rond te lopen’.  De nieuwe platen hebben daarom ook rondingen, de een wat meer dan de andere. Op de foto zien we dat zo’n nieuwe, holle en spits toelopende huidplaat als een puzzelstukje wordt ingelegd. Onder toeziend oog van nestor Ton van der Heijden plaatst Seffa de keggen die de nog losse plaat op zijn plek moeten houden.

Erboven, in het achterschip, last Maarten de plaat vast aan de sporen. Uiteraard kijkt de oud-werfbaas Ton weer even mee.

Daarna wordt aan stuurboord alweer een nieuwe vlakplaat geplaatst. Terwijl de mannen daarmee bezig zijn, wordt een oud gedeelte losgesneden. Op de foto, aan de linkerkant, is te zien dat deze al voor een deel loshangt. Met donderend geraas valt het stuk later op de vloer om vervolgens via de kraan in de oud-ijzerbak te belanden.

Voor de bak liggen nieuwe staalplaten die later onderdeel worden van boltjalk Aeltje.

Aan stuurboord is Aeltjes onderschip alweer grotendeels gedicht. Dat is nog niet het geval voor bakboordszijde. De schoongeslepen sporen glanzen je al wel tegemoet. De nieuwe platen laten niet lang meer op zich wachten want in de ijzerloods is Seffa alweer bezig met het op maat snijden van een nieuwe plaat.

Deel 7 uit de serie boltjalk Aeltje

Naast de restanten van de oude scheepshuid zijn ook de nieuwe roodbruine huidplaten te zien. Verder is de Aeltje nog één grote gatenkaas. Het is daarom wel leuk om eens in het schip te gaan kijken. Daar zien we aan stuurboord een stuk van de ‘ribbenkast’ met unieke doorkijkjes naar buiten.

Onder de roef is het vlak ook grotendeels opengewerkt. In de roef zelf is het eveneens een kale boel. Roest heeft gaten in het dak gemaakt zodat je ook daar naar buiten kunt kijken. De restauratie hiervan komt later aan de beurt.

In het ruim aan bakboordzijde last Maarten een nieuwe kimplaat vast. Wanneer we de nieuwe platen wat beter bekijken, zien we horizontale strepen staan. Dit zijn de zones waarop de langwerpige voet van de drukpers werd gezet. Daarmee is de plaat in de juiste vorm gedrukt.

Ondertussen is weer een nieuwe plaat in aantocht. Deze wordt voorzien van hijsogen. Het is een vlakplaat. Met de kraan wordt ie naar zijn bestemming gebracht waar de mannen hem op een bok in positie brengen.

Van binnenuit worden de hijsogen opnieuw aangehaakt en wordt de plaat op zijn plek gehesen.

Deel 6 uit de serie boltjalk Aeltje

Er wordt flink gesloopt aan de Aeltje. Medewerker Maarten stond startklaar met zijn camera toen collega Seffa het eerste deel van de hak van het schip lossneed en het gevaarte naar beneden kwam. Bamm!!!

Als ook de rest van de hak of scheg onder het achterschip is weggehaald dan ziet dat er vreemd en erg incompleet uit.

Nu wordt het waarom van deze sloperij duidelijk. Zonder scheg kan het oude versleten plaatwerk eronder of liever gezegd erboven gemakkelijker worden verwijderd en vervangen.

Zo’n opengewerkt schip levert een mooie doorkijkjes. Tussen de sporen door zien we Seffa bezig met het lossnijden van een gedeelte van de kimplaat aan bakboordzijde.

Nog een laatste klap met de voorhamer en de losgebrande plaat stort naar beneden. Dat geeft natuurlijk de nodige voldoening.

Deel 5 uit de serie boltjalk Aeltje

Niet altijd schijnt de zon. Ook met regen wordt er doorgewerkt. Te zien is dat de kim (zone tussen zij en vlak) voor een flink deel van nieuwe huidplaten is voorzien. Die hebben de roodbruine kleur van de fabriekscoating. In de lucht hangt een nieuw plaatstuk. Deze is kort daarvoor in de werkplaats in de juiste vorm geknipt en gebogen.

De staalplaat wordt tussen de sporen door naar beneden geleid, zo naar de plek waar hij moet komen.

Met twee man sterk wordt de plaat op zijn definitieve plek gedwongen waarna hij wordt vastgehecht.

Intussen wordt in het achterschip met de snijbrander de volgende strook losgesneden.

De sloperij levert ook prachtige beelden op.

Deel 4 uit de serie boltjalk Aeltje

Het doorgeefluik is niet meer nodig nu er een brede strook uit de zijde is gesneden. Makkelijk ook voor een gezellig praatje.

Aan de binnenkant ziet het er zo uit. In het verlengde van de uitgesneden strook wordt het volgende deel losgebrand. Dat geeft zo nu en dan mooie vlammen.

Aan de buitenzijde wordt met een horizontale insnijding aangegeven tot welke hoogte het plaatwerk wordt verwijderd. Voor de rechte lijn is een geleider aangebracht waarlangs de haakse slijper wordt gehanteerd. Intussen zijn de vlakplaten aan bakboordzijde verwijderd en wordt ook daar de onderzijde van de sporen schoon geslepen.

Inmiddels is hoog bezoek gearriveerd. Het is baron Frans Verschuere met zijn medewerkers en in hun kielzog de onvermijdelijke filmploeg van MAX. Op het voordek wordt de baron bijgepraat door werfbaas Dick.

Ondertussen gaat het werk gewoon door. Het helder zonlicht zorgt voor een mooie lichtprint op de grond van het opengewerkte vlak.

Deel 3 uit de serie boltjalk Aeltje

De nieuwe kielplaten zijn grotendeels aangebracht en op een aantal punten vastgehecht. De plaat voor de roef is net geplaatst en hangt nog in de takel.

Onder het voorschip worden ondertussen de onderzijde van de sporen schoon geslepen. Daarna kunnen ook daar de nieuwe kielplaten tegenaan.

In de zijde is een doorgeefluikje gesneden. Dat is handig voor de aanvoer van gereedschappen en de geleiding van de elektriciteitskabel en van de gas- en zuurstofslangen voor de snijbrander.

Deel 2 uit de serie boltjalk Aeltje

Op 18-3-2021 bezoeken baron Van Schuere (links) en zijn mannen de Aeltje bij de Museumwerf. Samen met werfbaas Dick van Dam (2e van rechts) inspecteren ze de werkzaamheden. Het is de bedoeling dat eerste het oude plaatwerk van het onderwaterschip wordt vervangen.

Dit is wat de mannen zien: de middelste gang van het vlak, de kielgang, is grotendeels losgebrand. Achteraan, net voor de roef, wordt de nog vastzittende kielgang met de snijbrander bewerkt.

Onder het vlak ziet dat er zo uit:

Project Aeltje van landgoed Mariënwaerdt

Op 9 maart arriveerde de Aeltje bij de Museumwerf. De boltjalk kwam van Heerlijkheid Mariënwaerdt uit het Gelderse plaatsje Beesd. Aan boord stond een professionele filmploeg die opnames maakte van de tocht. De werkzaamheden aan de Aeltje worden eveneens vastgelegd. Het kale roestige casco staat in de belangstelling!

Surrealistisch bijna en tegelijk oer-Hollands zoals de oude boltjalk in het Betuwse landschap lag.

De opnames zijn bestemd voor de serie In het Hart van ons Landgoed dat deel uitmaakt van Max-programma Noord-Zuid-Oost-West. In deze serie staat heerlijkheid Mariënwaerdt, het eeuwenoude landgoed bij het Gelderse Beesd centraal en krijgt de kijker een unieke blik achter de schermen. De serie van twintig afleveringen die op de maandagavonden wordt uitgezonden, startte op maandag 8 maart 2021 op 18.20 uur bij NPO 2. Op maandag 22 maart is de aankomst bij de Museumwerf te zien.

Landgoed

Maar wat heeft de boltjalk Aeltje nu met het landgoed en deze serie te maken? Nou, best veel! De eigenaren van Mariënwaerdt en de Aeltje, baron en barones Frans en Nathalie van Verschuer, doen er alles aan hun landgoed, dat zij via vererving verkregen, tiptop in orde te houden. Zoiets kost natuurlijk veel geld. Daarom hebben zij het landgoed opengesteld en organiseren zij met hun team diverse activiteiten. Een nieuwe activiteit die de baron en barones in de nabije toekomst starten, is het verzorgen van rondvaarten over de Linge die langs het landgoed stroomt. En dan kom je bij de Aeltje voor wie deze schone taak is weggelegd.

In het programma Tijd voor Max op vrijdag 5 maart (https://www.npostart.nl/POW_04864731) waren de baron en barones te gast en werd de boltjalk Aeltje als ‘barons nieuwe liefde’ geïntroduceerd. Acht jaar eerder liet de baron het woonschip Aeltje op zijn terrein hijsen waarna de opbouw eraf werd gesloopt. Sindsdien staat Aeltjes kale casco daar te wachten op dingen die komen gaan. Die ‘dingen’ staan nu te gebeuren. Bij de Museumwerf krijgt het schip een forse opknapbeurt en wordt ze ingericht als rondvaartboot.

Op een grauwe dinsdag de 9e maart kwam de Aeltje aan bij de museumwerf. Ondanks haar leeftijd heeft ze haar mooie lijnen behouden.

Het is fantastisch dat het schip weer een functie krijgt, dat in haar wordt geïnvesteerd en zij en passant in de belangstelling staat. Dat draagt allemaal bij aan het behoud van de Aeltje die net als het landgoed deel uitmaakt van ons cultuurhistorisch erfgoed. We zijn de baron en barones dus dubbel dankbaar.

Over de Aeltje

Boltjalk Aeltje werd onder de naam Aaltje gebouwd in 1908 in Oude Pekela. Zij vervoerde stro naar een Groningse strokartonfabriek en belandde als woonschip in Arnhem. Baron Van Schuere noemde het schip Aeltje naar de dochter van de laatste abt van het klooster Mariënwaerdt waaruit het landgoed is ontstaan. Aeltjes scheepstype, de boltjalk, is een echte Groninger, ontworpen voor de smalle, ondiepe kanalen van noordoost Nederland. Een boltjalk heeft kenmerken van een tjalk maar dan minder prominent. Boltjalken waren talrijk en mede beeldbepalend. Van oorsprong een zeilschip, werd er ook veel mee gejaagd (voortgetrokken met een lijn vanaf de wal).

Volg de werkzaamheden aan de Aeltje bij de Museumwerf:

Meteen hoog en droog op de helling. Het werk kan beginnen!
BACK